Achtbaan

Ik weet nog hoe het voelde. Zijn warme lijfje op mijn buik, pas geboren. Hij voelde zwaar. Zijn armpjes om me heen. Meer dan twee weken te laat kwam hij. En ook toen iedereen vond dat hij toch echt moest komen, duurde het lang. Hij had geen haast. In mijn buik had hij al zijn eigen tempo.

Sten was een makkelijke baby. Tevreden lag hij in zijn rieten schommelwieg, die met touwen en haken aan het plafond hing. Zachtjes gaf ik de wieg een zetje. Sten sliep. Nog steeds houdt hij van schommelen. Het maakt hem rustig. Als hij niet in zijn wieg lag, lag hij aan de borst. Tien maanden borstvoeding. Hij dronk goed. Hij groeide goed. En we wandelden wat af. In de lange buggy. Zijn zus voorin, een lieve blonde dreumes van bijna 2. Sten achterin, met een kruikje. Als we thuis kwamen sliep hij gewoon verder. Met zijn zus at ik een boterham. Sten sliep in de gang. Als hij wakker was lag hij in de box. Met zijn speeldoosje aan. Hij keek naar zijn zus. Wat ze allemaal aan het doen was. Dat was voldoende voor hem.

Toen hij kon zitten zat hij op de vloer, op een kleed. En hij keek weer. En hij wees. Zijn zus dribbelde ijverig en babbelend rond om voor Sten te pakken wat hij nodig had.

Wat was ik trots toen Sten kroop. Als ik mijn koffie op had, bracht hij mijn lege beker naar de keuken, al kruipend. Wat is hij toch slim, dacht ik. Hij wil me helpen. Echt lief. Hij wilde wel érg vaak mijn beker opruimen. En hij was ook wel wat dwingend. Ja, het is een jongen die weet wat hij wil, zei ik dan. Dat is wel nodig in deze wereld tenslotte.

Sten groeide. Hij ging naar de peuterspeelzaal. Als ik hem kwam halen waren zijn haartjes nat van het zweet. Een keer vond ik hem naast de kast. Huilend. ‘Met deze kindjes kan ik niet spelen!’, snikte hij. Hij had veel rust nodig. Hij speelde graag met zijn trein. En zijn autootjes. In keurige rijen stonden de autootjes precies op de naden van de houten vloer. Wat is hij toch creatief, dacht ik trots. Hij heeft zo veel fantasie!

In een paar seconden trok Sten alle manden met speelgoed om. Hij verzon van alles. Binnen enkele minuten kreeg hij het voor elkaar dat de hele woonkamer bezaaid was met spullen. Dan zat hij ertussen. Verdrietig. Met zijn natte haartjes. Van het zweet. Het overzicht was hij kwijt. Vrolijk ruimde ik op. Hij vindt ook zoveel leuk, dacht ik blij. Ik dacht het heel hard en heel vaak. Om het stemmetje dat in me klonk te weerstaan. Het stemmetje dat tegen me zei dat er iets niet in orde was. Eigenlijk wist ik het al. Door mijn werk. Intern begeleider op een basisschool. Dit leek op autisme. Welnee, zei ik streng tegen mezelf. Dat kan niet! En ik stopte het weg. In een ver hoekje. Ik deed extra mijn best. Om alles zo goed mogelijk te doen.

Sten ging naar groep 1. Daar ging het snel. Paniek. Angst. Overprikkeling. Met zijn handjes op zijn oren zat hij in de klas. Als ik hem ophaalde was hij zó boos, dat hij als eerste zijn zus hard sloeg. Al snel werd er besloten dat het teveel was voor hem. Hij ging alleen de ochtenden naar school. Met een koptelefoon op zat hij alleen aan een tafeltje, het dagdeel te overleven. Hij had een lieve juf, die het goed begreep. Gelukkig. Tussen de middag schreeuwde hij het wel een uur lang uit. Hij sloeg en schopte. Daarna was hij zo moe, dat we maar gingen wandelen met de buggy. Eetproblemen. Sensorische problemen. Slaapproblemen.

Naar de jeugdGGZ. In de kamer bij de GZpsychologe. Daar lag hij, onder de tafel. Hij wilde niks.’Sssst, ik slaap!’, riep hij. PDDNOS. ‘Vanwege de heftige ontlading en de enorme overprikkeling is het beter voor hem om naar het MKD te gaan’, luidde het advies. En zo ging het. Sten ging naar het MKD, daarna naar het cluster4.

Een achtbaan was het. Een denderende trein die niet leek te stoppen. Een andere wereld. Autisme

Vlindernatasja

FullSizeRender (14)

Sten

Filmpje gemaakt door het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, over de zorgonderwijsplek van mijn zoon: Sten

“‘Als ik dit werk niet had, dan zou ik denk ik niet eens thuis kunnen wonen.’ Sten heeft autisme, een prikkelverwerkingsstoornis waardoor hij de wereld om zich heen anders waarneemt en begrijpt dan anderen. Op school ging het daarom niet goed en hij kwam thuis te zitten. Tot er voor hem een zorgonderwijsplek werd geregeld bij Unity99, een sportplusvereniging in Rotterdam. Daar volgt Sten nu onderwijs en werkt hij tegelijkertijd als assistent-leraar. Hij helpt bij de voorbereiding van en assisteert tijdens de lessen aan kinderen met en zonder autisme. Een prachtig voorbeeld van zorg op maat.”

Screenshot_20180319-192011_2 (1)

 

Onderonsje

‘Fijn dat je bij mij zo lekker jezelf kan zijn hè.’ Zacht duwt hij zijn gezicht in de vacht van zijn kat. Kat spint. Hij ligt heel stil. Hij weet wel hoe het moet, hij is al zeven jaar de beste vriend van mijn kind met autisme. ‘Wist ik maar wanneer je dood ging, dan was dat maar duidelijk… Ik ga je zo missen, maar je wordt wel heel oud toch?’ Kat vindt het prima. Hij spint nog eens extra hard. ‘Kun je me eigenlijk wel verstaan? Ik denk het wel. Ja, je bent lief…’  Kat en zoon, echte liefde.

Flat

Een doffe klap. Schrik. Daar lag hij ineens, onderaan mijn keukenraam. Een oude man met een blauwe trui aan. Van veertien hoog was hij naar beneden gesprongen. Hulpdiensten. Drukte. Ramptoeristen. Tweeënhalf uur later was er niets meer van te zien. Weg. Op straat lagen alleen twee blauwe knoopjes, in de regen. Van zijn trui denk ik.

Wie was u? En waarom bent u gesprongen? Ik hoop dat u het graag wilde. Dan is het u gelukt.

Als ik mijn fiets pak, kijk ik omhoog. Naar de veertiende verdieping. Stil kijk ik naar de verdwaalde knoopjes. Lieve oude man, rust zacht.